skip to the content

Radiotherapie (bestraling)

Naast chirurgie en behandeling met geneesmiddelen, is radiotherapie de meest toegepaste behandeling bij borstkanker. Het is een lokale behandeling waarbij verschillende soorten straling worden gebruikt om de kankercellen zodanig te beschadigen dat ze afsterven. Doordat kankercellen een minder goed reparatiesysteem hebben, sterven ze sneller af dan gezonde cellen. Belangrijk is daarbij om een zo hoog mogelijke stralingsconcentratie in de tumor te bereiken en het omliggende gezonde weefsel zoveel mogelijk te sparen. In het algemeen wordt radiotherapie ingezet om die kankercellen te vernietigen die door operatie niet kunnen worden verwijderd, zoals:

 
  • routinematig bij borstsparende operaties; de kans op lokale terugkeer van de tumor in de borst neemt hierdoor duidelijk af.
  • wanneer door middel van operatie het tumorweefsel niet volledig kan worden verwijderd
  • bij bepaalde uitzaaiingen, ter vermindering van (pijn) klachten en/of ter verlenging van het leven
  • Meestal kan de bestraling pas plaatsvinden nadat de operatiewond geheeld is. In het algemeen start radiotherapie daarom minstens drie weken na de operatie. Na een borstsparende operatie is de duur van de behandeling gemiddeld een week of zes. Gedurende deze periode komt de patiënt vijf dagen per week naar het ziekenhuis voor de bestraling.

Mogelijke bijwerkingen van bestraling
Over het algemeen raakt men in meer of mindere mate vermoeid tijdens en na de bestraling. De vermoeidheid ontstaat doordat het lichaam extra energie verbruikt om het gezonde weefsel te herstellen. Deze vermoeidheid is een ongewoon hevige vermoeidheid, zeer doordringend van aard en vrijwel constant aanwezig. Het gaat gepaard met veel energieverlies. Hierdoor ontstaat concentratievermindering en sterke vermindering van het emotionele en sociale functioneren. Voor een goed herstel zijn goede voeding, voldoende drinken (1,5-2 liter), rust en voldoende frisse lucht van belang. In sommige gevallen kan bloedarmoede ontstaan, met name wanneer de radiotherapie gecombineerd wordt met chemotherapie. Een behandeling met ijzer, foliumzuur, erytropoëtine of bloedtransfusie wordt dan soms voorgeschreven. Ook spanning veroorzaakt vaak vermoeidheid. U kunt dan ook het beste extra rust nemen. Sommige patiënten worden echter juist fitter als zij in tijden van spanning en vermoeidheid taken oppakken waar ze afleiding en plezier aan beleven. Hierdoor ervaren zij juist weer een toename van hun energie.

Tijdens de bestraling kan de huid roodverbrand worden of zelfs stuk gaan. Het is niet te voorspellen of dit op zal treden en in welke mate. Gelukkig herstellen deze gezonde cellen zich na enige tijd vanzelf. Van belang is zoveel mogelijk te voorkomen dat de bestraalde huid mechanisch geïrriteerd raakt (bv door een beha). Daarnaast moet elke andere mogelijke vorm van huidirritatie (bv door deodorant, parfum, huidlotions) zoveel mogelijk worden vermeden. Zo nodig zijn babypoeder of babyolie meer geschikt. Voorlichting over de behandeling van uw huid wordt u zeker (ook schriftelijk) gegeven door de radiotherapeutisch verpleegkundigen. Na de bestraling kan de bestraalde plek er iets bruinverkleurd gaan uitzien, dit kleurt later weer bij. Vermijd blootstelling aan direct zonlicht; draag in de zon een T-shirt over het bestraalde gebied om verbranding, blijvende huidverkleuring of jeuk te voorkomen. De zon of zonnebank kan zelfs kleine wondjes veroorzaken.

Een enkele keer doen zich meer bijwerkingen voor tijdens of na afloop van de bestraling, zoals misselijkheid en braken, een lichte tijdelijke longbeschadiging of soms kunnen de ribben of het borstbeen tijdelijk wat gevoelig zijn. Heeft u dergelijke klachten, praat daar dan over met uw behandelaars.