Pathologisch onderzoek
|
HormoonreceptorenReceptoren zijn voor de menselijke cellen wat oren zijn voor de mens. Zij ’luisteren‘ naar signalen die van buiten de cel komen. Deze signalen kunnen onder andere worden overgebracht door hormonen. Borstkankercellen die veel hormoonreceptoren hebben (“hormoongevoelig” zijn) worden door deze hormonen aangezet tot groei. Een tumor wordt ‘ER-positief’ genoemd als het receptoren heeft voor het hormoon oestrogeen. Het wordt ‘PR-positief’ genoemd als het receptoren heeft voor het hormoon progesteron. Borstcellen die deze receptoren niet hebben, worden ER of PR ’negatief’genoemd. Voor de behandeling is het vaak een voordeel als borstkankercellen hormoonreceptoren bezitten, omdat deze borstkankercellen goed reageren op behandeling met geneesmiddelen die de groeistimulerende werking van de hormonen blokkeren of met geneesmiddelen die de hoeveelheid hormonen in uw lichaam verlagen.
HER2 – receptorenBehalve hormoonreceptoren kunnen borstkankercellen ook andere receptoren hebben die de groei van de kankercel stimuleren. Ook dit kan een aangrijpingspunt vormen voor behandeling. HER2-receptoren zijn in feite eiwitten (antigenen) die zich op de celwand bevinden, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de antigenen die zich op een virus of bacterie bevinden. Het menselijk lichaam verweert zich tegen lichaamsvreemde organismen zoals virussen of kankercellen met behulp van zijn natuurlijke afweer (immuun)syteem.Dit afweersysteem maakt daarvoor zogenaamde afweercellen of antilichamen, die in staat zijn “vreemde cellen” te vernietigen en op deze manier in staat zijn het lichaam te beschermen tegen ziekte. Deze antilichamen herkennen op de celwand van virussen of kankercelllen de aanwezigheid van lichaamsvreemde eiwitten; zogenaamde antigenen of receptoren en binden zich daaraan om deze cellen vervolgens te vernietigen. Dit noemt mende antigeen-antilichaam respons. Van dit zelfde principe wordt gebruik gemaakt bij de behandeling van tumoren met veel HER2 receptoren, door hierop aan te grijpen met kant en klare HER2-antilichamen die de groeistimulerende werking van de HER2-receptoren blokkeren. Bij ongeveer eenderde van alle borstkankerpatiënten is er een verhoogde aanwezigheid van HER2- receptoren (antigenen) op de borstkankercel. Men noemt dit HER2-positiviteit of HER2-overexpressie. Deze tumoren neigen ertoe snel te groeien. Tot voor kort waren de overlevingskansen van vrouwen met dergelijke tumoren duidelijk geringer dan van andere borstkankerpatiënten. Bij deze groep is het tegenwoordig veelal mogelijk om antilichaamtherapie in te zetten. HER2- positiviteit kan worden vastgesteld door een stukje weggenomen tumorweefsel te onderzoeken met behulp van speciale tests die hiervoor ontwikkeld zijn. De test wordt door de patholoog in het ziekenhuis uitgevoerd. Er bestaan op dit moment drie verschillende tests om HER2-positiviteit te bepalen:
GenonderzoekDNA is het erfelijk materiaal in al onze lichaamscellen. Een opeenstapeling van fouten (mutaties) in dat materiaal kan kanker tot gevolg hebben. Deze mutaties kunnen tijdens het leven van een individu ontstaan of binnen een familie worden doorgegeven. Bij dat laatste spreekt men van erfelijke tumoren. Genenonderzoek (Genomics) richt zich op het totaal van alle genetische informatie in een organisme (genoom), in dit geval dus ‘de mens met borstkanker’. Hierbij worden mutaties in het DNA van borstkankercellen onderzocht en in kaart gebracht, met als doel de diagnose en behandeling daarvan te verbeteren. Richt genomics zich op wetenschappelijk onderzoek aan de genen, bij biomarkers gaat het om de toepassing daarvan in de praktijk. Biomarkers en genprofielen Biomarkers zijn kenmerken die in weefsel of lichaamsvloeistoffen zoals bloed of urine worden aangetroffen. Bekende voorbeelden zijn bijvoorbeeld de bloedbezinking of de bloedsuikerspiegel. Biomarkers zijn meetbaar en kunnen ons vertellen wat er in ons lichaam gaande is, bijvoorbeeld een ontsteking of diabetes. Ook voor kanker zijn ze er; het aantal biomarkers daarvoor neemt zelfs toe. Er zijn biomarkers die betrekking hebben op ons erfelijk materiaal (DNA) en die bij erfelijk belaste patiënten de kans op bepaalde vormen van borstkanker kunnen voorspellen. Andere biomarkers zijn in staat om bepaalde tumoren in zo’n vroeg stadium op te sporen dat er zelfs nog geen sprake is van klachten. Een voorbeeld hiervan is PSA bij prostaatkanker. Voor borstkankeropsporing zijn op dit moment nog geen geschikte biomarkers gevonden. Een derde groep biomarkers geeft informatie over de kenmerken van een al aanwezige tumor, deze kan voorspellen hoe agressief de tumor is, of er behandeling nodig is en zo ja, welke behandeling dan het meest effectief zal zijn. Dit gaat met behulp van zogenaamde genprofielen. Dit is als het ware de ‘vingerafdruk’ van de tumor. Een analyse van iemands genprofiel kan hopelijk in de toekomst een gerichte behandeling van alle patënten mogelijk maken met als uiteindelijk doel dat niemand meer zo’n algemene |

