skip to the content

Levenspartner, familie en sociale omgeving

Veel patiënten vinden het erg moeilijk om te praten over hun angsten en gevoelens rondom kanker en doodgaan. Het is echter van groot belang voor uzelf om te proberen dit toch te doen. Op welke manier u dit doet maakt niet uit, blijf daarin gewoon uzelf. Vertellen dat u borstkanker hebt en welke gevoelens dat bij u veroorzaakt, heeft een positief effect op uzelf en op uw omgeving. Wanneer u uw partner, kinderen, familie en vrienden erbij betrekt, kunt u gevoelens zoals angst en verdriet delen, waardoor het beter te dragen wordt. Bovendien geeft het hen ook de gelegenheid hun hart te luchten over welke gevoelens uw ziekte bij hen oproept.

Uw emoties en die van uw partner of gezinsleden lopen niet altijd gelijk op. Die verschilllen kunnen het moeilijk maken om met elkaar te praten of elkaar te steunen. Als u er niet automatisch van uit gaat dat u allebei wel steeds hetzelfde zult voelen, maakt dat het makkelijker om elkaar te begrijpen. Soms kan het schrijven van een dagboek, dat bijvoorbeeld ook door uw partner wordt gelezen, u ook helpen om dingen te verwerken of om onderwerpen met uw partner bespreekbaar te maken.

Wees niet bang om anderen met uw verdriet te belasten, maar realiseert u zich wel dat ieder op zijn eigen manier zal reageren en dat reacties uit uw omgeving u soms kunnen kwetsen of dat u sommige mensen daarna minder zult zien. Sommige mensen zijn bang om contact te hebben met iemand met kanker. Dit komt vaak omdat zij zelf niet goed kunnen omgaan met ziekte en dood en uw ziekte hen daarmee confronteert. Anderen weten niet wat zij moeten zeggen omdat zij de woorden niet kunnen vinden. Een handreiking van uw kant om openlijk te bespreken wat er aan de hand is, maakt het voor deze mensen gemakkelijker. Probeer uw emoties een plaats te geven in het gesprek. Spreek uw gevoelens uit in plaats van ze te laten zien. Als u bijvoorbeeld in een slecht humeur bent of zich beroerd voelt, zeg dan rustig: ik heb vandaag een slechte bui/voel me beroerd omdat....... Als u niet weet hoe u zich ergens over voelt, kunt u dit ook gewoon aangeven.

Sommige mensen zullen wellicht aankomen met allerlei ongevraagde adviezen of verhalen over andere patiënten. Wanneer u dit vervelend vindt, leg dan rustig uit dat u het liever niet over andere gevallen wilt hebben en vraag mensen vriendelijk om hun adviezen, hoe goed bedoeld ook, voor zich te houden. Andere mensen sturen er wellicht na verloop van tijd op aan om u te horen zeggen dat u genezen bent. Dit maakt het voor hen makkelijker ermee om te gaan. Bij kanker praat men echter de eerste vijf jaar niet over genezing maar van overleving. Pas daarna is de kans heel klein geworden dat de ziekte nog terugkeert. Dit kunt u ook het beste eerlijk vertellen, zelfs al is duidelijk dat uw gesprekspartner dit antwoord eigenlijk liever niet wil horen. Gelukkig zult u merken dat de meeste mensen blij zijn met het vertrouwen dat u ze geeft en zelfs dat het bestaande relaties kan verbeteren en verdiepen.

 

Kleine kinderen

Hoewel u als ouder niets liever wilt dan uw kinderen zoveel mogelijk beschermen tegen pijn en verdriet, is het toch verstandig er ook met jonge kinderen over te praten op een manier die bij hun leeftijd past. Kinderen hebben namelijk hele goede voelsprieten en voelen altijd dat er wat aan de hand is. Als ze echter niet weten wat er precies is, gaan ze zelf verklaringen verzinnen voor de dingen die ze toevallig horen of merken. In de praktijk is gebleken dat kinderen meer te lijden hebben van geheimen en hun eigen fantasiëen daarover, dan van het zo rustig mogelijk bespreken van de werkelijkheid, zelfs wanneer dit betekent dat hun moeder (misschien) dood gaat. Dit neemt niet weg dat het verstandig is om de informatie te doseren, niet op zaken vooruit te lopen, maar aan te passen aan de situatie van dat moment. Hierbij mag best even gehuild worden, het is immers logisch dat u verdrietig bent.

Als kinderen voor het eerst op bezoek komen in het ziekenhuis, kunnen ze diep onder de indruk zijn. Het is voor hen daarom belangrijk dat ze dan even alleen met u kunnen zijn. Laat ze ook kennis maken met verpleegkundigen en artsen; het is vaak fijn voor ze als ze weten wie er voor mamma zorgen. Bereid ze voor op de apparatuur die mogelijk bij uw bed staat en leg ze uit waar die voor dient. Sommige kinderen willen niet mee naar het ziekenhuis. Probeer erachter te komen waarom ze dit eng vinden, maar forceer niets.

 

Tips voor partners, familie en vrienden

Partners, familie en vrienden kunnen de ziekte, pijn en angst bij de patiënt niet wegnemen. Toch kan men door oprechte aandacht en praktische zorg veel steun geven. Blijf betrokken bij elke stap in het behandelingsproces. Ga mee naar de afspraken bij de arts, probeer (een keer) mee te gaan naar een bestralingsbehandeling of chemokuur. Dit soort dingen zorgt ervoor dat de patiënt zich minder eenzaam voelt met haar ziekte. Probeer de patiënt wel haar zelfstandigheid te laten behouden; laat haar zelf beslissingen nemen en neem haar niet alles uit handen. Het is belangrijk dat partners en gezinsleden van patiënten ook goed voor zichzelf blijven zorgen en zoveel mogelijk de dingen blijven doen die men al deed voor de ziekte zich voordeed, bijvoorbeeld sporten of activiteiten met vrienden. Zoek waar nodig zelf steun bij familie of vrienden.