Anti-HER2 therapie
Naast hormoon- en chemotherapie zijn er tegenwoordig ook doelgerichte therapieën beschikbaar, ookwel 'targeted therapies' genoemd. Deze therapieëen richten zich op specifieke kenmerken of receptoren van tumorcellen. Voorbeelden hiervan zijn antilichaamtherapie en tyrosinekinaseremmers.
HER2-receptoren
Op het oppervlak van borstkankercellen kunnen naast hormoonreceptoren ook nog andere receptoren zitten. Een voorbeeld hiervan zijn de HER2 receptoren. HER staat voor Humane Epidermale groeifactor Receptor, waarvan er 4 verschillende bekend zijn (HER1 t/m 4)
De HER2-receptor is een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de groei en deling van cellen. Als deze receptor gestimuleerd wordt, wordt er een signaal afgegeven naar de celkern waardoor onder andere de cel zal gaan delen. Hierdoor groeit het aantal cellen.
Overexpressie
Bij 15-20% van de borstkankertumoren is sprake van verhoogde aanwezigheid van HER2-receptoren op het celoppervlak. We noemen dit ook wel "HER2-positief" of "HER2-overexpressie". Deze tumoren neigen ertoe sneller te groeien dan tumoren zonder HER2-overexpressie en worden daarom ook wel "agressief" genoemd.
HER2-positiviteit kan worden vastgesteld door een stukje weggenomen tumorweefsel te onderzoeken met behulp van speciale testen die hiervoor ontwikkeld zijn. Dit stukje weefsel kan worden verkregen door het nemen van een biopt uit de tumor of worden weggenomen tijdens de operatie. De test wordt door de patholoog in het ziekenhuis uitgevoerd. Er bestaan op dit moment verschillende testen die de patholoog kan uitvoeren om de HER2-positiviteit vast te stellen. Dit zijn:
• IHC-test (Immuno Histo Chemie test); hierbij kunt u een uitslag van 0 (negatief), 1+ (negatief), 2+ (twijfelgeval) of 3+ (positief) krijgen. Bij de uitslag 3+ komt u in aanmerking voor anti-HER2-therapie. Bij de uitslag 2+ is er twijfel en is het belangrijk dat het weefsel opnieuw wordt getest met een andere test (ISH-test) om te bepalen of u in aanmerking komt.
• ISH testen: FISH-test (Fluorescentie In Situ Hybridisatie test); CISH-test (Chromogene In Situ Hybridisatie test); SISH-test (Silver In Situ Hybridisatie test). Bij deze testen krijgt u een uitslag van HER2-negatief of HER2-positief.
Anti-HER2-therapie
Net als bij hormoonreceptoren biedt HER2-overexpressie een aanknopingspunt voor behandeling. Er zijn verschillende manieren waarop dit mogelijk is: aan de buitenkant van de cel door de receptor te blokkeren met antilichaamtherapie of door binnenin de cel het signaal te remmen met een tyrosine kinase remmer. Beide manieren zorgen er onder andere voor dat de tumorcel niet meer kan delen waardoor de groei van de tumor wordt geremd. Omdat anti-HER2-therapie zich specifiek op de tumorcellen met HER2-overexpressie richt, worden de meeste gezonde lichaamscellen niet aangetast. De bijwerkingen van anti-HER2-therapie zijn hierdoor anders dan van chemotherapie.
Alleen vrouwen met een HER2-overexpressie (IHC 3+ of ISH positief) komen in aanmerking voor behandeling met een anti-HER2-therapie.
HER2-antilichaamtherapie
Wat is een antilichaam?
Het menselijk lichaam verweert zich tegen lichaamsvreemde elementen, zoals virussen of kankercellen met behulp van zijn natuurlijke afweer(immuun)systeem. Dit afweersysteem maakt daarvoor zogenaamde afweercellen en antilichamen aan die in staat zijn "vreemde elementen" te vernietigen. Op deze manier beschermt het afweersysteem het lichaam tegen ziekten.
De antilichamen herkennen de aanwezigheid van lichaamsvreemde eiwitten (zogenaamde antigenen), bijvoorbeeld op het oppervlak van de virussen of kankercellen, en binden zich daaraan, waardoor de cellen herkenbaar worden voor het afweersysteem van het lichaam. Deze lichaamsvreemde cellen worden vervolgens door het afweersysteem vernietigd.
Sinds enkele jaren is het mogelijk om in het laboratorium antilichamen te produceren die gericht zijn tegen de HER2-receptor. Antilichaamtherapie wordt ook wel immunotherapie genoemd.
Hoe wordt HER2-antilichaamtherapie toegepast
In 2000 is het eerste anti-HER2 geneesmiddel op basis van antilichamen beschikbaar gekomen. Dit middel heet trastuzumab (Herceptin®). Trastuzumab is een antilichaam dat bindt aan de HER2-receptor van tumoren met HER2-overexpressie. Hierdoor wordt het signaal van HER2 naar de celkern geblokkeerd en daarmee onder andere de celdeling van de tumor geremd. Daarnaast zorgt binding van trastuzumab aan HER2 op de tumorcel ervoor dat de tumorcel herkenbaar wordt voor het afweersysteem van het lichaam, dat de tumorcel vervolgens kan vernietigen.
Trastuzumab kan worden gegeven aan vrouwen met vroege borstkanker of vrouwen met uitgezaaide borstkanker. De behandeling vindt meestal plaats in combinatie met chemotherapie of hormoontherapie. In sommige gevallen kan HER2-antilichaamtherapie ook als monotherapie gegeven worden.
Toedieningsschema
Antilichaamtherapie wordt toegediend via een infuus. Dit kan poliklinisch of in een dagbehandeling gebeuren. Bij vroege borstkanker wordt trastuzumab wekelijks of eens in de 3 weken gegeven voor de duur van 1 jaar tenzij de ziekte eerder terugkeert. Bij uitgezaaide borstkanker wordt het middel gegeven tot er een verslechtering van de ziekte wordt geconstateerd (men noemt deze verslechtering progessieve ziekte).
Mogelijke bijwerkingen van HER2-antilichaamtherapie
De bijwerkingen en het moment van optreden van bijwerkingen van antilichaamtherapie zijn anders dan van chemotherapie. De meeste bijwerkingen treden op tijdens of net na de eerste behandeling en zijn kortdurend van aard. De meest voorkomende bijwerkingen zijn:
• Grieperig gevoel: rillingen, koorts, hoofdpijn, spierpijn, gevoel van zwakte, pijn op de borst
• Maagdarmproblemen: buikpijn, diarree, misselijkheid, braken
Bij gelijktijdige combinatie met één bepaalde groep cytostatica, de anthracyclines, bleek bij sommige patiënten een ernstige functieverslechtering van het hart op te treden. Anthracyclines mogen daarom in principe niet tegelijkertijd met HER2-antilichaamtherapie gegeven worden, maar altijd met voldoende tijd ertussen. Bij gelijktijdige toediening van trastuzumab met andere chemotherapie is het risico op functieverslechtering laag (variërend van 1-4% in verschillende studies). Maar regelmatige controle van de hartfunctie, voorafgaand aan de start van de therapie en elke 3 maanden tijdens behandeling wordt aanbevolen.
HER2-tyrosinekinaseremmers
Hoe worden tyrosinekinaseremmers toegepast
Sinds 2008 is er een nieuwe vorm van anti-HER2-therapie beschikbaar gekomen. Het betreft een middel in de groep tyrosinekinaseremmers. Deze stoffen hebben hun werking in de tumorcel. Na stimulatie van de HER2-receptor op het celoppervlak zorgt een tyrosinekinase in de cel voor de eerste stap in het signaal naar de celkern, waardoor o.a. de cel gaat delen. Tyrosinekinaseremmers remmen tyrosinekinase van tumorcellen met HER2-overexpressie, waardoor dus onder andere de celdeling van deze cellen wordt geremd.
De tyrosinekinaseremmer die voor HER2-positieve borstkanker beschikbaar is heet lapatinib (Tyverb®) Naast remming van de tyrosinekinase van de HER2-receptor remt lapatinib ook de HER1(EGFR)-tyrosinekinase.
Lapatinib wordt in combinatie met capecitabine (Xeloda®) gegeven. Deze combinatietherapie kan worden gegeven aan patiënten met uitgezaaide HER2-positieve borstkanker na het falen op behandeling met trastuzumab en na eerdere behandeling met een anthracycline en taxaan bevattend schema.
Toedieningsschema
Lapatinib is geregistreerd in combinatie met een aromataseremmer voor behandeling van postmenopauzale vrouwen met hormoonreceptorpositieve gemetastaseerde ziekte, die op dit moment niet in aanmerking komen voor chemotherapie. De patiënten in de registratieonderzoeken waren niet eerder behandeld met trastuzumab of een aromataseremmer.
Mogelijke bijwerkingen van tyrosinekinaseremmers
Doordat tyrosinekinaseremmers een ander aangrijpingspunt hebben dan antilichaamtherapie (ze grijpen niet aan op de receptor maar werken in de cel), is er ook sprake van een ander bijwerkingenprofiel.
De meest voorkomende bijwerkingen zijn:
• Maagdarmproblemen: diarree (die kan leiden tot dehydratie), misselijkheid, braken
• Overig: huiduitslag, anorexia en vermoeidheid
Net als bij antilichaamtherapie tegen HER2 wordt aanbevolen regelmatig de hartfunctie te laten controleren. Tevens wordt aanbevolen maandelijks de leverfunctie te laten controleren.
Als u een vraag heeft over de bijwerkingen die u zelf ervaart, bespreek deze dan altijd met uw arts of oncologieverpleegkundige.