skip to the content

Angiogeneseremming

Angiogenese (vorming van nieuwe bloedvaten uit bestaande bloedvaten) is een proces dat van belang is bij tumorgroei en bij het ontstaan van uitzaaiingen. Om groter te kunnen worden dan ongeveer 2 mm scheiden tumoren stoffen (groeifactoren) uit, die ervoor zorgen dat er nieuwe bloedvaten ontstaan in en rondom de tumor. De belangrijkste groeifactor die bijdraagt aan deze nieuwe bloedvataanmaak is VEGF (Vasculaire Endotheliale Groei Factor). Door binding van VEGF aan VEGF-receptoren op het oppervlak van cellen van bestaande bloedvaten, gaan deze cellen delen en vormen zo nieuwe bloedvaten die groeien naar de tumor en de tumor voorzien van voedingsstoffen en zuurstof. Een tumor met een goede bloedvoorziening kan verder groeien en ook via de bloedbaan uitzaaiingen veroorzaken.

Angiogeneseremming

 

Antilichaamtherapie tegen VEGF

Sinds enige tijd is een antilichaamtherapie beschikbaar die specifiek gericht is tegen de groeifactor VEGF. Door het binden van het antilichaam aan VEGF is de tumor minder in staat nieuwe bloedvaten aan te maken en wordt ervoor gezorgd dat de bloedvaten naar en in de tumor grotendeels verdwijnen. Een behandeling, die de bloedvataanmaak van tumoren remt, wordt wel een angiogeneseremmer genoemd. Het gevolg van het grotendeels verdwijnen van de bloedvaten is dat de tumor minder zuurstof en voedingstoffen krijgt, waardoor de tumorgroei wordt geremd. Een voorbeeld van een dergelijke angiogeneseremmer is Avastin® (bevacizumab). Bij uitgezaaide borstkanker wordt bevacizumab gegeven in combinatie met chemotherapie.

Hoe wordt antilichaamtherapie tegen VEGF toegepast?

Vorming van nieuwe bloedvaten is essentieel voor de groei en uitzaaiing van verschillende solide tumoren, waaronder borstkanker. Een verhoogd niveau van VEGF blijkt samen te hangen met een slechtere prognose. Op grond van deze kennis, is VEGF een doelwit geworden bij de behandeling van deze vormen van kanker. In principe kunnen alle borstkankerpatiënten met uitzaaiingen in aanmerking komen voor behandeling met een angiogeneseremmer. Er hoeft niet vooraf te worden getest op aanwezigheid van bijvoorbeeld VEGF.

Patiënten die overgevoelig zijn voor (een bestanddeel van) het middel of zwanger zijn, mogen de angiogeneseremmer niet gebruiken.

Toedieningsschema

Antilichaamtherapie wordt toegediend via een infuus. Dit kan poliklinisch of in een dagbehandeling gebeuren. Bij uitgezaaide borstkanker wordt bevacizumab 2-wekelijks of eens in de 3 weken gegeven. Het middel wordt gegeven tot er een verslechtering van de ziekte wordt geconstateerd (men noemt deze verslechtering progressieve ziekte).

Mogelijke bijwerkingen van antilichaamtherapie tegen VEGF

Bijwerkingen van antilichaamtherapie tegen VEGF, zijn anders dan die van chemotherapie.
De meest voorkomende bijwerkingen die kunnen optreden zijn hoge bloeddruk, vermoeidheid of asthenie, diarree en buikpijn. Andere vaak voorkomende bijwerkingen kunnen zijn; eiwit in de urine, neusbloedingen, problemen met wondgenezing na bijvoorbeeld een operatie, pijn in de buikstreek, energiegebrek, obstipatie, bloeding van het lagere deel van de dikke darm (geconstateerd bij patiënten die bevacizumab voor darmkanker kregen toegediend), ontsteking van de mond, verlies van eetlust, koorts. Als u een vraag heeft over een bijwerking die u zelf ervaart bespreek deze dan altijd met uw arts of oncologieverpleegkundige.

Indien u recent geopereerd bent moet het volgende in acht worden genomen. Bevacizumab mag niet binnen 28 dagen na een grote operatie of ernstige verwonding worden toegediend, omdat het de vorming van nieuwe bloedvaten remt waardoor wondgenezing kan worden vertraagd.